· 

Ben jij een optimist of een pessimist?

Mensen zeggen vaak tegen mij: ‘Jij bent toch een optimist!’  Wel, ik ga je iets vertellen. Iedereen is een optimist.  Een mens is namelijk van nature optimistisch. Een baby wordt nooit als pessimistje geboren. Een kind droomt gouden dromen…

Waarom voelt iedereen zich dan niet zo?  Tsja, het leven steekt er soms een stokje voor. Onze dromen kunnen vervliegen door onze manier van denken of door de omgeving waarin we opgroeien. Vooral dat laatste blijkt van grote invloed.

Aan de grond van pessimisme ligt de  zogenaamde ‘opgeefreflex’.  Dit is een patroon van aangeleerde hulpeloosheid of machteloosheid.  Het best illustreer ik dit met een verhaal. Het verhaal van de haai…

Er was eens een haai die in een groot aquarium rondzwom. Hij had honger en wilde een kleine vis opeten.  De bewakers hadden echter een glazen wand tussen de haai en de kleine vis geplaatst. De haai opende zijn mond…. en botste pijnlijk tegen het glas. Hij draaide zich woedend om, zwom een cirkel en ging weer met volle kracht vooruit naar zijn prooi toe.  Weer botste hij tegen de glazen wand.  Zo ging het uren en uren door… tot de haai het opgaf.  Hij zwom niet meer richting de kleine vis. Toen namen de bewakers de wand weg en wat gebeurde?  Niets, helemaal niets.  De haai zwom nooit meer naar die kant van het aquarium.

Je voelt je dus hulpeloos of machteloos door enkele denkfouten.  Zo kan je van optimist naar pessimist veranderen door bijvoorbeeld het denkpatroon ‘permanentie‘.  Dit houdt in dat mensen denken dat de oorzaak van hun slechte omstandigheden permanent is.  Er worden woorden als ‘altijd’ of ‘nooit’ gebruikt. Als er dan toch iets goed gaat, vinden ze dat uitzonderlijk. Maar het leven is altijd verandering. En we hebben altijd nog de keuze om anders naar onze omstandigheden te kijken.  Een tweede denkpatroon dat je naar pessimisme kan leiden is ‘generaliseren’.  Dit betekent bijvoorbeeld dat mensen ervan overtuigd zijn dat als het op één vlak moeilijker gaat, het op het ander ook zo zal zijn. Of wat de ene overkomt, voor iedereen geldt.  En een laatste maar erg destructief denkpatroon is ‘verpersoonlijking‘.  Pessimisten geven zichzelf de schuld en gaan daardoor gebukt onder schuldgevoelens als dingen slecht gaan.  Maar je bent bijvoorbeeld niet verantwoordelijk voor wat anderen zeggen of doen.  En het overkomt ook niet altijd jou alleen…

Kan je als pessimist nog  terug naar je oorspronkelijke staat? Ja hoor, al vergt het wel wat inspanning.  Laat ik je eerst wat argumenten geven waarom je deze inspanning zou doen.  Onderzoek heeft uitgewezen dat optimisten gezonder zijn, beter beschermd tegen depressie en beter in staat hun dromen en levensdoelen te bereiken.  Ze leven pro-actief en zetten vaker door.  De moeite toch?

Hoe doe je dat dan?  Ziehier mijn beste tips.  1. Neem een blad papier en  maak een plan voor je ideale toekomst, 5 jaar  later dan nu. Je kan heel creatief zijn met prenten of gewoon alles opschrijven. Laat je door niks tegenhouden. Alles is mogelijk. Waar woon je? Wat doe je? Met wie ben je? Hoe ga je door het leven? …  Vertrekkend van deze droom, ga je doelen maken. Die ga je nog eens opdelen in kleinere subdoelen.  Stoot je op een saboterende gedachte? Kijk eens wat de alternatieven zijn.  2. Cultiveer dankbaarheid. Ga elke dag op zoek naar 12 geluksmomentjes, hoe piepklein ook.  Schrijf ze op of onthou ze.  Zo leer je dat geluk niet altijd groot hoeft te zijn. 3. Investeer tijd in mensen die je een goed gevoel geven.  4. Lach en vind je niks om te lachen, plooi je gezicht in een glimlach. Enkele keren per dag.

Optimisme komt van God. Pessimisme werd uit het menselijk intellect geboren. (Inayat Khan)

Sommige mensen (pessimisten :)) noemen optimisme een recept van zelfbedrog.  ‘Word wat meer realist’, zeggen ze. Maar de waarheid is dat het leven dualistisch is: mooi en wreed, overvloedig en verschrikkelijk. Het gaat erom welke waarheid jij op de voorgrond wilt plaatsen. Stel dat Sabine Hagedoren zegt dat het morgen gaat regenen.  Wat zegt de pessimist? (Verdorie, nu kan ik niet in de tuin gaan werken). Wat zegt de optimist? (Dan ga ik wat lezen; die boek wil ik al lang openslaan).  Mag er niet gezeurd worden, hoor ik je denken? Tuurlijk wel. Optimisme is geen synoniem van opgewektheid of blijdschap. Als je vakantie hebt en het regent vijf dagen na mekaar, zou zelfs de grootste optimist even zuchten. Alleen zal hij vertrekken van de realiteit en activiteiten zoeken die zijn vrije tijd nog leuk maken.  De pessimist blijft zeuren en dan is het verlof voorbij gegaan zonder leuke herinneringen.  Het gaat dus om de manier van reageren.

Er is nog een andere valkuil. Die heet onrealistisch optimisme. Dit gebeurt als we de kop in het zand steken. We denken dan dat het onze buurman overkomt, maar ons niet. Raadgevingen over gezondheid bijvoorbeeld leg je  naast je neer.  Jou zal het niet overkomen.  Dat is je optimisme te ver doortrekken. Er is altijd een keuze maar je vertrekt wel van de realiteit.

Laat het duidelijk zijn: ik ben een optimist. Maar jij ook. Het hoort bij onze innerlijke veerkracht en die hebben we allemaal. Alleen kan het daar vanbinnen wat ondergesneeuwd zijn. Probeer dan de tips eens. Of maak een afspraak als je ’t alleen niet denkt te redden.