GESCHIEDENIS
Het is duidelijk dat de reflexology als therapie eeuwen oud is. Op een reliëftekening, gevonden in het graf van Ankm’ahor in Sakkara (Egypte) is er een hand- en voetbehandeling te zien. is. Dit graf dateert van ongeveer 2400 voor X en wordt de graftombe van de artsen genoemd.
In China en India heeft men nog oudere afbeeldingen teruggevonden waarbij voeten bewerkt worden als middel tegen pijn. Merkwaardig genoeg kent ook het Westen al honderden jaren de therapie. De Inca’s in Zuid-Amerika en enkele indianenstammen in Noord-Amerika waren bedreven in het uitoefenen ervan.
Men vermoedt dat reflexology vanuit de oude beschavingen via het Romeinse rijk Europa is binnen gekomen. Vast staat dat in de 16de eeuw, de Florentijnse beeldhouwer Cellini, sommige vingers en tenen afbond onder het werken om zijn reumatische pijnen te verlichten.
De grondlegger, zeg maar de vader, van de moderne Reflexology echter is dokter William Fitzgerald. (1872-1942) Hij was een Amerikaanse neus-, keel- en oorspecialist, die naar Europa kwam om verder te studeren. In Wenen stootte hij op een boek met de titel ‘Zonetherapie’. Dr Fitzgerald experimenteerde met deze methode om zijn patiënten verlichting van pijn te geven. Hij gebruikte o.a. windels en klemmen op vingers en tenen. Hij ontdekte hierbij dat niet alleen de pijn verminderde maar dat vaak ook de oorzaak van de pijnen aan het licht kwam. Op basis van zijn onderzoeken verdeelde hij het lichaam in 10 longitudinale energiezones. 5 voor de linker- en 5 voor de rechterhelft van het lichaam. Ze eindigen bij de vingers en de tenen.
Via hem kwam de therapeute: Eunice Ingham (1879-1974) in contact met de methode. Zij heeft de methode verfijnt Zij is ook diegene die uiteindelijk de reflexpunten op voeten en handen in kaart heeft gebracht. Zij legde hiermee het verband tussen de anatomie van het lichaam en de punten op voeten en handen. Deze kaarten worden overal op de wereld gebruikt.